Initiatief Voorstel


                                 


 













 







Postadres: postbus 35, 4530
AA Terneuzen

Telefoon 0115-455000, fax 0115-618429

Bezoekadres: Oostelijk Bolwerk 4, Terneuzen

Internet: www.terneuzen.nl


 



 





































Ex. art.
147a Gemeentewet





Kenmerk





Datum



16 januari 2007




Initiatiefnemer




C.J. Freeke, Lijst Cees Freeke




Onderwerp



Ontwikkelingen
over de zeer drastisch gewijzigde invulling van het Leisurecentr. in de
Koegorspolder waarin het college ‘vrij spel’ heeft.     




Voorgenomen
besluit



De  aan het college in de raadsvergadering van
260603 gedelegeerde bevoegdheid, tot het beslissen op een aanvraag om
vrijstelling van het geldende bestemmingsplan ingevolge artikel 19, lid 1 Wet
op de Ruimtelijke Ordening, met ingang van 26 januari 2007 te trekken;




Toelichting



Overwegende,  Dat er in den
beginne een uitmuntend plan
aangaande een skihelling met direct daaraan
gerelateerde winkels in een zogenoemd Leisurecentrum [Koegorspolder] het
daglicht zag en dat een ieder naar de skihelling [ca. 13.000 m2] uitkeek; Dat
zo langzamerhand vrijwel het totale plan, behalve de skihelling, verviel; Dat
het thans voorgenomen resterende plan [ca. 20.000 m2] ten aanzien van alle
kernen een onaanvaardbare ontwikkeling inhoudt;


Dat de
raad altijd de mond vol heeft over ‘bescherming van de kernen’,  


Dat in het
bijzonder de geplande supermarkt de nekslag voor de kleine kernen betekent;
Dat dit niet alleen voor de betrokken ondernemer consequenties heeft maar
evenzeer voor de inwoners uit welke oorzaak dan ook het Leisurecentrum niet
kunnen bezoeken; Dat ook de overige zaken met name de elektronica de
hoofdkern zullen aantasten; Dat dit betekent dat het jaren lang door het
college geroemde masterplan ‘Kop van de Noordstraat’ de prullenmand in kan;
Dat voorts een derde winkelcentrum voor een stad met 55.000 inwoners te veel
van het goede is, behalve als alles aan een skihal wordt opgeofferd, dit
teneinde ‘Terneuzen op de kaart te zetten’;
Dat het
college nu eenmaal niet uitblinkt in het afsluiten van waterdichte contracten
(Checkpoint), in planologische zaken (Tijman) en in procedures (windmolen
Hoek, woonwagencentrum Westdorpe), zodat reeds om die reden enig
raadsredelijke inmenging niet zonder meer als een overbodige luxe kan worden
beschouwd;


Dat een
uitgebracht rapport een minder betrouwbare grondslag voor opinievorming is,
nu is komen vast te staan dat in elk geval de ontwikkelingen met betrekking
tot de Agrimarkt, al dan niet abusievelijk, buiten het rapport zijn gehouden;
Dat Agrimarkt zich al jaren op het Hoopterrein wilt vestigen, maar door het
college steevast werd belemmerd, terwijl in voorkomende gevallen aan de raad
desgevraagd werd meegedeeld dat ‘niemand voor dit terrein te krijgen is’;


Dat eerst
de laatste maand van 2006 door de wethouder gerept wordt over een vermeende
‘onveilige verkeerssituatie’ bij het Hoopterrein;


Dat het nieuwe
plan van het Leisurecentrum ongetwijfeld meer dan een aanmerkelijke wijziging
ten opzichte van het oude plan betekent;


Dat voor
een dergelijke wijziging enige jaren geleden nog een (zware) planologische
procedure met zich mee bracht, maar tegenwoordig kan worden volstaan met een lichte procedure ex. art. 19 RO in
toch omvangrijk project;


Dat de raad ooit zijn bevoegdheid
RO aan het college heeft gedelegeerd; 


Dat het primaat, hoewel in naam
bij de raad, zodoende feitelijk bij het college ligt;
Dat het daarom niet aannemelijk is
dat het college van zins is een collegevoorstel  voor te bereiden die ter stemming aan de
volksvertegenwoordiging wordt voorgelegd; Dat het college namelijk intussen
leergeld heeft betaald over de door haar gevraagde stemming door de raad
aangaande een windmolenpark in de Eendragtspolder; welk imaginair park door
de raad finaal werd weggeblazen; 


Dat dit te meer geldt nu de
wethouder economische zaken ten aanzien van het Leisurecentrum van ‘alles of
niets’ uitgaat
; Dat in
de raad de sterke neiging bestaat ‘geen vuile handen‘ 1)  te maken en op de
provincie te vertrouwen in die zin dat zij haar eigen beleidsregels correct
zullen toetsen; Dat ‘de provincie’ echter de skipiste ‘een prachtige
trekpleister voor de regio vindt en nu eenmaal andere dragers nodig zijn
’;
m.a.w. het gaat gewoon door;
Dat evenwel voor dit zeer
drastisch gewijzigd project
[skihelling van ca 13.000 m2 blijft
overeind, maar alle andere ca. 20.000 m2 worden gevuld met vestigingen die geen directe relatie met de geplande dagattractie (skiën)], een
volstrekt nieuwe bouwvergunning nodig is,
maar B&W geven er de
voorkeur aan een art. 19 RO-procedure
[thans een  aan het college
gedelegeerde bevoegdheid!]
op te starten;


 


Dat de
wethouder in de vergadering van 20 december jl. toelichtte dat hij zich met
de provincie verstaan heeft en dat hij verklaarde dat een ‘verklaring van
geen bezwaar’ [‘koninklijke weg?’] er stellig komt; Dat dezerzijds aan deze
mededeling geloof wordt gehecht; Dat
kennelijk daarom al aan de bouw is begonnen en het heien is gestart;


Dat gelet
op de zogenaamde ‘eigen risico’ jurisprudentie van de Hoge Raad 2) het risico dat de bouwvergunning niet ongeschonden de eindstreep
haalt is gelegen aan de zijde van de bouwer c.q. vergunninghouder; 
Dat -gelet op deze lijn in de
jurisprudentie- de gemeente in onderhavig geval niet aansprakelijk kan worden
gehouden voor de vermeend geleden vertragingsschade; Dat zelfs leken op bestuursrechtelijk terrein moeten weten dat tegen
een beschikking rechtsmiddelen openstaan welke kunnen leiden tot vernietiging
of intrekking van de verleende bouwvergunning; Dat bestuurders nog wel eens
de raad bang maken door met ongegronde (!) ‘claims’ te dreigen, dit met het
oogmerk een plan bij de raad geaccepteerd te krijgen;
Dat bestuursdwang
ook halverwege de bouw moet, maar niet wenselijk lijkt;



Dat een stilzitten van de raad een
stilzwijgende instemming impliceert; Dat ten minste één raadsfractie daarom
het initiatief moet nemen;
Dat dezerzijds in
dit stadium
er vanaf gezien is daarvoor het raadsinstrument ‘motie’ te
gebruiken, omdat een motie niet een
concreet besluit behelst dat op rechtsgevolg
is gericht 3); 


Dat dit
initiatiefvoorstel wél gericht is op een rechtsgevolg,
nl. dat de aan het
college gedelegeerde bevoegdheid RO met ingang van heden wordt ingetrokken
;  



Dat gelet
op de aangevangen bouw voortvarendheid geboden is, daar op verzoek van belanghebbenden derden door B&W MOET worden gehandhaafd 4); Dat er geen beletsel van
overwegende aard is om dit initiatiefvoorstel op de komende raadsvergadering
in stemming te brengen, daar in afgelopen extra vergadering van (B&M) 20
december 2006 standpunten en conclusies voldoende gewisseld zijn;


dat nadat de raad zijn bevoegdheid
terug heeft, kan de raad zijn oordeel geven of hij een planologische
wijziging al of niet weigert
of een mogelijk al gestarte procedure ex.
artikel 19 RO weer intrekt. 


 


1) ‘Ondertussen kijkt de bevolking
uit naar de beloofde skihelling. In de raad wil niemand het plan afschieten.
Dus wordt een gewijzigde bestemmingsprocedure voorgelegd aan de provincie.
‘Dan mogen die het afschieten’, zo zegt een raadslid. ‘Zo hoeft de gemeente
geen vuile handen te maken.’ Bron:Volkskrant ‘Terneuzen tuint in truc met
skihal’


2) Vgl. HR 29-4-1994, BR 1994, p. 773, AB 1994/530 Schuttersduin; zie
Internet IBR forum en BBS advocaten



3) “Een motie is een voorstel tot
het doen van een uitspraak. Het kan gaan om het uitspreken van een wens (van
inhoudelijke, politieke, procedurele aard) of het uitspreken van instemming
dan wel afkeuring over bepaalde ontwikkelingen. Een motie betreft dus niet
een concreet besluit dat op rechtsgevolg is gericht; een motie heeft geen
juridische, maar een politieke betekenis. Daarom zijn burgemeester en wethouders formeel niet aan een motie
gebonden of tot uitvoering ervan verplicht.
Wel kan het naast zich
neerleggen van een motie door het college leiden tot een vertrouwensbreuk
tussen raad en college en hieruit kan het college dan zijn consequentie
trekken. Het
valt in het Zeeuws Vlaamse niet te verwachten dat vanwege een motie over een
skihelling een college naar huis wordt gestuurd.
  Met andere woorden een motie heeft een
ander karakter dan een besluit gericht op rechtsgevolgen.”                                  


4) Peerdemans dakterras ABR 15 mei
1997



Ondertekening



Cees J.
Freeke
16 januari 2007



 

WBack To Top