Staatscourant publicaties Sept 2013

Boos sprookje ontpoldering wordt waar

Het ontbreekt gemeenteraden aan durf

UMTS is een braakliggend milieuprobleem

De harde realiteit van softdrugs aan de Schelde

Gemeentepolitiek ruikt weer bedompt

Gemeenteraden laten zich onder druk zetten

VRIJDAG 29 SEPTEMBER 2006 PERSPECTIEF STAATSCOURANT NR. 57 5

Voorpagina:

Ontpoldering. De plannenmakerij voor ontpoldering was voor de Zeeuwen een

boos sprookje, maar dat sprookje lijkt nu werkelijkheid te worden. Raadslid Cees

Freeke uit Terneuzen spuwt zijn gal.

Boos sprookje ontpoldering wordt waar

De wijze waarop de voorgenomen ontpoldering door

de Zeeuwse provinciale overheid naar buiten wordt

gebracht, munt niet uit door overzichtelijkheid

en helderheid; zelfs het grondrechtelijke hoofd

der gemeenten, de gemeenteraden blijven in

het duister tasten. Daarom geeft Cees Freeke

een bloemlezing van de zich voor gedane feiten.

De ene organisatie wil nog meer ontpolderen dan de andere. Het verst gaat ‘De Schelde

Natuurlijk’, waarin zeven Nederlandse en Vlaamse milieuorganisaties samenwerken. ‘De

Schelde Natuurlijk’ is van oordeel dat desnoods onteigening (!) moet worden toegepast. Zij

kunnen zich zelfs gedwongen voelen hun oude rol als ‘hindermacht’ weer te vervullen. De

Stichting Zeeuwse Landschap stelt: “Boeren willen wel land voor zaken als woningen, industrie

en kassen afstaan, maar ontpolderen beschouwen sommigen blijkbaar als weggegooid geld. De

besluitvorming heeft daarover plaatsgevonden in een democratisch proces”.

Ik neem krampachtig speculeren waar op niet bestaand draagvlak en democratie. Uit peilingen

blijkt dat een kwart van de bevolking geen bezwaar heeft tegen ontpolderen, 44 procent is

mordicus tegen. In gebieden die op ‘de lijst’ staan is nagenoeg iedereen tegen.

De Stichting: “Het isoleert één onderdeel van een mix van voornemens van de Vlaamse en

Nederlandse regering”.

De ZMF wilde graag 6000 ha, het tienvoudige, ontpolderen en heeft bij de zuiderburen iets

moois gevonden. België wil onverwijld een derde verdieping van de Westerschelde. Liefst

vandaag nog, omdat Aziatische containerschepen steeds groter worden en dreigen Antwerpen

te gaan mijden. België heeft een troef: dwars liggen met de Hogesnelheidslijn.

De ZMF zag haar kans schoon en sloot een deal met GS: 600 ha in ruil voor het afzien van

tijdrovende procedures tegen de derde verdieping van deze zeearm. Veiligheidshalve wordt op

Nederlands regeringsniveau de Nederlandse ontpoldering in Verdrag met België expliciet

opgenomen.

België heeft daarbij echter geen enkel belang; die is alleen maar uit op de verdieping.

Gemeenteraden namen in Zeeland moties tegen ontpoldering aan, dat is democratie waar men

schijnbaar doof voor blijft.

Landelijke politiek op dwaalspoor gebracht door schijnbewegingen binnen GS.

Aanvankelijk stonden vrijwel alle kamerleden aangaande ontpoldering op de bres voor hun

partijen in de regio en er werd zelfs een motie tegen ontpoldering in de Tweede Kamer

aangenomen!

Tot grote verbazing van de strijdende Kamerleden maakten de Zeeuwse Provinciale Staten plots

kenbaar 600 à 770 ha. te willen ontpolderen, vrijwillig.

De Zeeuwse Milieu Federatie (ZMF) kan tot één van de invloedrijkste organen gerekend

worden. Zij heeft zitting in meer dan dertig provinciale overlegvormen.

Nadat de ZMF bij de Raad van State een procedure won over het uitzaaien van Iers

mosselzaad, klonk de roep om intrekking van de subsidie die de ZMF ontvangt. Te meer daar

een rationeel milieubeleid ontbreekt. Alleen het milieu telt. Economische nadelige gevolgen

worden niet in de overwegingen betrokken.

Het dagelijkse bestuur van de provincie Zeeland, dat verondersteld wordt als hoeder van het

algemeen provinciaal belang op te treden, ging niet in op het intrekkingsverzoek. Integendeel:

het kondigde aan dat de federatie via een vierjarige overeenkomst kan rekenen op een jaarlijks

vast subsidiebedrag à 350.000 euro. Als contraprestatie wordt een ‘prestatieafspraak’

opgevoerd. Zoals een bakker belooft brood te bakken.

De bekokstoofde overeenkomst verdient drie kanttekeningen.

? Allereerst bevestigt dit de sterke ingroei van ZFM in Gedeputeerde Staten van Zeeland.

De Gedeputeerden Staten blijken niet ‘onafhankelijk’.

? Ten tweede geeft dit rechtsongelijkheid naar alle andere gesubsidieerde instellingen. Zij

zouden ook graag voor vier jaar zekerheid willen hebben.

? Ten derde, krijgen de provinciale en gedeputeerde staten ná de verkiezingen van maart

2007 geen mogelijkheid de subsidie van de eenzijdige ZMF jaarlijks te heroverwegen.

Die staat immers onwrikbaar voor vier jaar vast. GS zitten dus goed fout.

De visie van het provinciaal bestuur valt of staat met haar constante stelling: “Wat meespeelde

was: als we niks laten horen, weten we zeker dat het hier ontpolderd wordt”. Dát is nu een

volstrekt ongeloofwaardige stelling. Immers in de 2e Kamer was een motie tegen ontpoldering

aangenomen.

GS weet dat ontpolderen in Zeeland buitengewoon gevoelig ligt (‘emoties waren voorspelbaar’).

Er waren wel (éénzijdige) informatieavonden, bij de bevolking beter bekend als ‘slikken of

stikken’. ‘Alle partijen’ bepalen ‘een gezamenlijke strategie’, welke polders nu onder water

komen te staan, zo wordt beweerd. Dat is dus niet zo.

De achterkamer heerst in Zeeland. Bijvoorbeeld in de vorm van een besloten (regionale)

stuurgroep waar u en ik niet in mogen kijken, maar ZMF volop meedoet of mogelijk zelfs de

regie heeft. “Een referendum over ontpoldering heeft geen zin. Ontpolderen is maar een

onderdeel van het verhaal”, vinden GS. In elk geval wordt duidelijk dat Gedeputeerde Staten

totaal niets op hebben met het oordeel van de Zeeuwse bevolking, maar alles met de ZMF.

De ontpoldering is een packagedeal met de ZMF. In ruil voor het afzien van juridische

procedures tegen de voorgenomen verdieping van de Westerschelde worden enige polders

onder water gezet.

Het gaat echter om land dat met bloed, zweet en tranen op de zee is gewonnen. De Zeeuwse

bevolking, boeren én burgers, blijven zich óók verzetten.

De wethouder van natuur en milieu in Terneuzen verklaarde 24 augustus jl. in een

commissievergadering dat alle overheden nu wel weten dat ‘Terneuzen’ tegen ontpoldering is.

“Als ik alleen maar ‘nee’ mag zeggen en aan de zijlijn niet mag meespelen in de

regiostuurgroep, kan ik net zo goed thuisblijven. Als we er niet bij zijn regelen anderen het voor

ons en dat moeten we voorkomen.” En dat vonden andere commissieleden, op een enkele

uitzondering na, ook.

Helaas, de gemeentelijke overheden en waterschappen zitten thans op één lijn met de

provinciale overheid. Als de Tweede Kamer niet ingrijpt, wordt een boos sprookje werkelijkheid.

Cees Freeke

WOENSDAG 21 MAART 2007 PERSPECTIEF STAATSCOURANT NR. 57 5

Het ontbreekt gemeenteraden aan durf

Gemeenteraden plegen hier te lande bij grote projecten niet het lef te hebben hun

wil aan het college op te leggen en - zo nodig - een project af te schieten, schrijft

Cees Freeke, raadslid in Terneuzen. Het college durft op haar beurt haar wil

niet aan de projectontwikkelaar op te leggen, bang als zij is een als lokaas

gebruikte trekpleister aan een andere stad kwijt te raken.

Grote projecten beginnen vrijwel altijd met de komst van een projectontwikkelaar.

Zo ook in Terneuzen. In het onderhavige geval een Belgische projectontwikkelaar. Hij houdt de

bestuurders een worst voor in de vorm van een prestigieus plan: een leisurecentrum. Een

dagattractie, een skihelling in de Koegorspolder. Een totaal plan met aan de dagattractie

gerelateerde winkels. Iedereen heeft er oren naar. Vergunningen worden snel op orde gebracht.

Al ras valt er een tuincentrum af. De bowlingbaan gaat niet door en de eigenaar van het

restaurant doet niet meer mee. Kortom de geprognosticeerde opbrengst valt tegen; er zijn

onvoldoende kostendragers over.

Geen nood; de ontwikkelaar heeft er een oplossing voor. Elektronicazaken, een winkel in

speelgoed-, vrijetijds- en schoolartikelen, een woonwarenhuis, detailhandel, waaronder een

supermarkt. Detaillisten in de kernen maken zich grote zorgen. Er wordt op de

commissievergadering fel ingesproken. Het is welhaast zeker dat de vestiging van een

supermarkt de nekslag betekent voor de kleine kernen in de omgeving, zo is het algemene

gevoelen. Het uiteindelijk gepresenteerde plan met de skihal is als ‘lokaas’ gebruikt om in de

Koegorspolder een derde winkelcentrum te vestigen, maar men heeft dit te laat door.

Dit nieuwe winkelcentrum is namelijk in strijd met zowel het ‘Masterplan’ voor het centrum als het

recente rapport Op de winkel passen. Het Masterplan wordt vindingrijk om verkeersonveilige reden

afgeserveerd. Het derde winkelcentrum wordt zodoende het resultaat van een toevallig proces;

immers de skihal moet hoe dan ook ten koste van alles overeind worden gehouden.

Een doordacht en weloverwogen concept welk door B. en W. met inspraak van de raad is

bedacht en gewild, ontbreekt. De dagattractie wordt bovendien niet aan een andere stad in de

provincie gegund. Dwars hierdoor heen loopt een onderzoek om een derde coffeeshop te

vestigen.

De burgemeester wil al jaren uit hoofde van openbareordeproblematiek naar het voorbeeld van

Venlo een eigen MacDope. Al die tijd worden de geesten rijp gemaakt. Aan de grens mag het

niet en in de binnenstad geeft het tot in Parijs bekende ‘Checkpoint’, dat dagelijks rond

drieduizend cliënten via de Tractaatweg (Zelzate-Terneuzen) genereert, teveel overlast.

Hierdoor wordt het waarschijnlijk dat er in dezelfde polder (waar anders?), dus nabij de skihal

ook nog een derde coffeeshop wordt gevestigd, wat tot onwenselijke maatschappelijke

vermenging en ontwikkeling, zoals doorverkoop aan minderjarigen, kan leiden.

Inmiddels wordt op basis van de vergunning voor dagattractie en de daaraan gerelateerde

winkels (die alle afgevallen zijn) met de bouw van het leisurecenter begonnen; een veel

beproefde methode om met schadeclaims te kunnen dreigen en zo de raad over de streep te

trekken.

Gemeenteraden plegen hier te lande bij dergelijk projecten nu eenmaal niet het lef te hebben

hun wil aan het college op te leggen en - zo nodig - het project af te schieten. Het college, bang

zijnde de als lokaas gebruikte trekpleister aan een andere stad kwijt te raken, durft op haar beurt

niet haar wil aan de projectontwikkelaar op te leggen.

De inpassing van Colruyt, een supermarkt uit een Belgische keten, is voor de

projectontwikkelaar cruciaal voor het welslagen van het totale project, zo dwingt hij af. Maar de

supermarkt past niet in het bestemmingsplan. En de raad wil bij motie ‘zoveel als mogelijk’ het

oorspronkelijke plan met de aan de attractie gerelateerde winkels handhaven, maar durft niet

met stelligheid de supermarkt te schrappen. Goede raad is duur.

Het laatste politieke redmiddel wordt door het college aangegrepen: vlucht in een werkgroep.

Daarin zitten de ontwikkelaar, gemeente en provincie. Dit vanwege het minder fraaie politieke

beginsel: ‘indien iedereen schuldig is, heeft er niemand schuld’.

Eén raadslid stelt: ‘De provincie moet het maar afschieten dan hoeven wij als raad geen vuile

handen te maken.’ Maar zo werkt dat natuurlijk niet. De provincie effent, zo is nu al bekend, het

laatste stuk van de weg met een nieuwe ‘verklaring van geen bezwaar’. Een marginale toetsing.

Volgens een gedeputeerde gaat het om een ‘prachtige bovenregionale attractie’ die men van

zwaarder gewicht acht dan de eigen provinciale regels, die uiteraard slechts dienen om redelijke

verzoeken van eigen individuele burgers te toetsen (lees: af te wijzen).

Want die skihal moét er komen; geen prijs is te hoog. Menigeen zal deze dagen aan

‘Schelderado’ denken. Bestuurders geloofden heilig vijftien jaar geleden in de rentabiliteit van dit

te bouwen Terneuzense subtropische zwemparadijs. Behalve de bevolking. Na enige jaren werd

dit paradijs voor een appel en een ei aan een naburige camping verkocht.

Een derde winkelcentrum zal dit jaar verrijzen, want zonder skihal staat Terneuzen niet op de

kaart, menen B. en W. De gemeenteraad zou de vereiste wijziging in het bestemmingsplan

hebben kunnen tegenhouden, ware het dat zij die bevoegdheid (art. 19 RO) op een zwak

moment in 2003 aan het college heeft gedelegeerd. En daarmee heeft de gemeenteraad zijn

primaat uit handen gegeven.

Cees Freeke

MAANDAG 2 APRIL 2007 PERSPECTIEF STAATSCOURANT NR. 65 5

UMTS is een braakliggend milieuprobleem

UMTS, Universal Mobile Telecommunications System, is in opmars en rolt een

stralingsdeken over Nederland uit. UMTS is niet meer uit onze samenleving weg

te denken. Op milieuterrein is stralingsgevaar echter een braakliggend terrein. Op

de websites van alle provincies ontbreekt in hun milieuplannen aandacht voor de

aantasting van het milieu door straling. En dat is raar, omdat de provincie juist

over het milieu gaat, zegt Cees Freeke.

Grondwateronttrekking, luchtkwaliteit, duurzame energie, ecologische verbindingen:

allemaal vrij tastbare en goed meetbare milieutopics. Straling is niet zichtbaar en dat maakt het

tot een moeilijk grijpbaar milieuprobleem. Iedereen kent het afvalprobleem van kernenergie.

Maar dat kan tenminste nog worden opgeslagen. Straling gaat door merg en been. Uit ons eigen

Nederlandsche CoFaM (Cognitive Functions And Mobiles 2003) onderzoek van TNO blijkt

zonder meer dat er effecten zijn van UMTS op ons welbevinden en lichamelijk functioneren. Zo

is in dat onderzoek komen vast te staan dat kinderen in scholen met veel UMTS- en GSMantennes

klagen over hartkloppingen, pijn, tintelingen, duizeligheid en droge ogen. Uit een

tienjarig onderzoek in Duitsland kan de voorlopige conclusie worden getrokken dat mensen die

binnen een straal van 400 meter van een GSM-mast wonen driemaal vaker kanker krijgen dan

mensen die verder weg wonen (zie het nummer van november Tijdschrift van het Umwelt-

Medizin – Gesellschaft).

Maar ook in Israël worden vier keer meer kankergevallen binnen 350 meter van zendmasten

geconstateerd. Militairen die aan hoge concentraties blootstaan, hebben een verhoogde kans op

leukemie. Als in Hoofddorp meer kanker wordt geconstateerd, dan weet ‘iedereen’, dat dit door

de kerosine uitstoot wordt veroorzaakt. Bij straling ligt dit kennelijk minder voor de hand.

De aard van de straling (frequenties, modulatie, pulsering) is wezenlijk anders dan die van

bijvoorbeeld radio en televisie. Het Zwitserse onderzoek van Dr. Peter Acherman moest een

volgend traject inluiden. Dit onderzoek werd echter betaald door instanties die allen belang

hebben bij de constatering dat er geen effect is.

De onderzoekers zeggen trouwens totaal niets wat er binnen in het menselijk lichaam

plaatsheeft bij urenlange blootstelling. Het rijksbeleid kan onmogelijk serieus worden genomen.

Het Nationaal Antennebureau valt namelijk onder Economische Zaken.

Dit ministerie heeft door de verkoop van licenties de staatskas met ettelijke miljarden euro’s

gespekt. Economie pleegt uit haar aard niets met milieu op te hebben. Dit is overigens

wederzijds. Hoewel in het Antenneconvenant alleen de Verenigde Nederlandse Gemeenten

(VNG) contractpartij is, volgen vrijwel alle gemeenten klakkeloos het rijksbeleid. Maar inwoners

ondervinden klachten aan den lijve. Dit raakt aan de volksgezondheid.

Soms moet je in een achteruitkijkspiegel naar de toekomst kijken. Hoe ging de overheid in het

verleden met asbest om? Weliswaar werd in 1951 erkend dat asbest kankerverwekkend is,

maar het gebruik van asbest werd pas in 1993 verboden. Een asbestaandoening kan zich soms

dertig jaar na inademing van asbestdeeltjes openbaren; daarom sterven nog enige honderden

mensen per jaar aan deze aandoening.

De provincie moet op het terrein van UMTS haar eigen verantwoordelijkheid nemen. Een

verwijzing naar het rijksbeleid zou wat al te gemakkelijk zijn, een provinciale bestuurslaag

onwaardig. Verder is de provincie bij machte maatregelen te nemen, bijvoorbeeld in een

Omgevingsplan. Zoals binnen 400 meter bebouwde kom geen zendmasten meer, zoals dat in

Engeland bestaat.

Een begin van een maatregel zou kunnen zijn een verbod van masten op scholen.

Het groeiproces van kinderen moet niet door straling worden beïnvloed. Providers weten

uiteraard dat straling de gezondheid ongunstig beïnvloedt. Vandaar hun voorkeur van masten op

bejaardentehuizen. Het voorzorgsprincipe is op de Wereldmilieuconferentie in Rio de Janeiro

internationaal overeengekomen: ‘Bij een concrete verdenking van schadelijkheid voor de

gezondheid door nieuwe technieken dient direct gereageerd te worden en niet afgewacht te

worden tot de, vaak moeilijk te bewijzen, oorzaken naadloos vastgesteld zijn’.

De provincies moeten daarom niet langer het onomstotelijke bewijs afwachten, maar

voorzorgsmaatregelen in het belang van de volksgezondheid in hun provincie nemen.

Cees Freeke

WOENSDAG 9 MEI 2007 PERSPECTIEF STAATSCOURANT NR. 89 5

De harde realiteit van softdrugs aan de Schelde

Ettelijke miljoenen Belgen, Duitsers en Fransen, overheersend mannen in de

leeftijdscategorie van twintig tot dertig jaar, passeren jaarlijks in sterk toenemende mate

de open grens om een zakje van vijf gram hasj of wiet in een coffeeshop in de

Nederlandse grensstreek te halen. Terneuzen gaat aan kop. De Zeeuws-Vlaamse stad

plukt de zure vruchten van een volledig mislukt gedoogbeleid, stelt de Terneuzense

politicus Cees Freeke.

Het gedoogde maximum van vijf gram kan worden overschreden door twee shops te

bezoeken. En als je van ver komt is een voorraadje wel handig. De daardoor ontstane grote

bezoekersstromen genereren onaanvaardbaar veel parkeer- en andere overlast. Verdubbeling

van de enige toevoerweg uit België en Frankrijk, de Tractaatweg, is niet langer een overbodige

luxe.

Het grote wietgebruik veroorzaakt een aanzienlijke toename van het aantal thuiswerkers met

blauwe lampen: de thuiskwekers. Deze lucratieve vorm van huisvlijt, die tegenwoordig ook

steeds meer aan de Belgische kant wordt beoefend, wordt echter door de Belgische overheid

evenmin op prijs gesteld. Bij niet-optreden of niet-ontdekken door justitie wordt het eigen

fabrikaat bij een al of niet formeel gedoogde shop afgeleverd.

De formeel gedoogde coffeeshop mag geen hogere voorraad dan vijfhonderd gram hebben.

Hier treedt meteen de idioterie van de gedoogregeling aan het licht: de gedoogde verkoop

gebeurt uit een criminele voorraad onder de toonbank vandaan. Maar er is meer. Deze

miljoenen bezoekers worden verondersteld de aankoop ter plaatse te gebruiken. Immers, het

vervoer is wél strafbaar.

Een tweede inconsequentie van het gedoogbeleid. Dit dwingt tot de conclusie dat het

gedoogbeleid in Nederland totaal is mislukt. Dit betekent dat het verplaatsen van de twee

coffeeshops naar mijn oordeel alleen verplaatsen van het mislukte gedoogbeleid inhoudt.

Op grond van ‘O‘ van overlast in de zogenoemde AHOJ-regeling kan tegenwoordig vrijwel elke

coffeeshop worden gesloten. Of dit onder alle omstandigheden onmiddellijk een verstandige

actie is, laat zich lastiger beantwoorden. Want het illegale circuit wil met drugsrunners graag de

helpende hand bieden.

Terneuzen zit niet op een uitbreiding van illegale verkooppunten te wachten. Naar verluidt

zouden er nog twintig panden zijn. Justitie heeft, teneinde deze op te rollen, naar eigen zeggen

de handen vol om met beperkte mankracht aan de vereiste bewijslast te voldoen. Het

grondwettelijke woonrecht is tenslotte een groot goed. Het blijft dus dweilen met de kraan open.

Gelukkig is een tendens merkbaar om geen extra coffeeshops meer te openen. Aanbod creëert

namelijk hier de vraag. Bovendien kan de gebruiker bij drie shops 3 x 5 gram meenemen.

Onbegrijpelijk is de conclusie in het rapport Intraval (matrix, blz. 47) dat bij het openen van een

derde coffeeshop het imago van Terneuzen zou verbeteren. Bij wie dan wel? Bij de gebruiker

soms? In elk geval niet bij de inwoners alhier.

Coffeeshops bij scholen of in woonwijken zijn zonder meer uit den boze. Cumulatie van

overlast wordt voorkomen door één coffeeshop per straat toe te staan; dus één verplaatsen.

Onze fractie heeft echter steeds als constant beleid gevoerd: ten minste geen schaalvergroting,

maar het liefst de nuloptie.

Vanwege de openbare orde problematiek lijken we te zijn vergeten wat een onbeschrijflijk leed

drugs veroorzaakt. Zoals ontwrichte gezinnen. Of leed aan anderen toegebracht. Door het hoge

THC-gehalte is hasj en wiet in Nederland snel op weg een harddrug te worden. De vergelijking

met alcohol is daarom niet meer geheel eerlijk. Gelet op de inconsequenties van het

gedoogbeleid en de aspecten van volksgezondheid moet de nuloptie ernstig in overweging

worden genomen.

De rechtshandhaving zal in dat geval veel geld en inzet vergen. En intensieve grenscontroles,

althans in het begin. Drugsrunners oppakken. Maar verslaafde en minder functionerende

jongeren kosten via de verzekeringen, de ziekenfondsen, AWBZ, bijstandsuitkeringen en bij

anderen veroorzaakte (inbraak)schade óók veel geld. En een wisse toename van de lastig te

bewijzen aan drugs gerelateerde verkeersongevallen.

Ik pleit ervoor om de landelijke financiën onder de politiediensten anders te verdelen. Voor

grenssteden die drugsproblematiek hebben, moet een redelijke coëfficiënt worden ingevoerd.

Tenslotte kwam men er jaren geleden achter dat een verdeling op basis van inwonersaantal ook

achterhaald was. De mate van criminaliteit en de noodzakelijk in te zetten mankracht moet de

doorslag geven.

Dinsdag 22 MEI 2007 PERSPECTIEF STAATSCOURANT NR. 86 5

Gemeentepolitiek ruikt weer bedompt

De Zeeuwse politicus Cees Freeke is weinig flatteus over de gemeentepolitiek: het

presidium kan het beste omschreven worden als een wormvormig aanhangsel van de

gemeentelijke politiek. Men kan deze appendix wel missen maar als de patiënt niet

klaagt, blijft hij gewoon zitten. Recent na de herdenking van de dood van Pim Fortuyn

vijf jaar geleden, is beslotenheid van het presidium en het houden van besloten

raadsvergaderingen weer actueel.

Eén van de politieke vergroeiingen waar Pim Fortuyn onafgebroken stelling tegen nam, was

de door hem benoemde en verfoeide ‘achterkamertjes politiek’. Zodra er een heikel onderwerp

moet worden besproken, doemt ‘de besloten raadsvergadering’ op. ‘Niets geheimzinnigs aan’

deelt de raadsvoorzitter steevast desgevraagd mee, maar pers en publiek zijn niet welkom in de

raadszaal. En met een democratisch alibi: ‘in het presidium vastgesteld’.

Ik hekel die besloten raadsvergaderingen. Juist als mensen vinden dat het spannend gaat

worden dan mogen zij er geen kennis van nemen hoe hun volksvertegenwoordiging de kwestie

behandelt. Zonder kritische pers kan een democratie naar mijn mening niet ten volle

functioneren. Reeds op die grond zou iedere politieke partij dit niet moeten willen.

Raadslid Smolders maakte onlangs in Tilburg zelf een en ander publiek. Hij kreeg daardoor

twaalf agenten op bezoek. Dit alles uit naam van de democratie. Want geheim is geheim.

Is die beslotenheid nu echt zo erg? Nee, in geval van een bespreking waarbij

onderhandelingsposities van contractpartijen kunnen worden geschaad, kan er een legitieme

reden zijn om de andere partij onkundig te houden. Op voorwaarde uiteraard dat het college

niet de gelegenheid te baat neemt om met allerlei ongegronde claims te zwaaien om toch nog

haar wil door te zetten.

Ja, moet het antwoord luiden, als het kan uitmaken voor de uiteindelijke beslissing die de raad

neemt, of erger als het oogmerk is de raad willens en wetens met onjuiste argumenten ‘voor te

lichten’. Nog los van de wijsheid dat dingen die in het verborgene plaatshebben, vaak niet

deugen. Let wel: niet de raad zelf besluit tot een besloten vergadering maar het presidium.

Daarin weet het college zich sterk vertegenwoordigd, namelijk door de burgemeester die het

presidium voorzit.

Bij mijn aantreden in 2003 was het omvangrijke slibdepot, dat Terneuzen door Rijkswaterstaat

leek opgedrongen te krijgen, hét hete hangijzer. Intussen was een lijvig dossier opgebouwd met

veel juridische brieven tussen de vechtende overheidsorganen. Het college wilde om haar

moverende redenen de raad over de streep trekken.

Om haar standpunt kracht bij te zetten werd krap vóór de vergadering een managementnota

toegestuurd. Bij weigering van de raad het slibdepot te aanvaarden zou ‘een aanwijzing

vanwege het Rijk en de provincie‘ volgen, zo luidde de dreiging.

Ik ging op onderzoek. In de leeszaal werd mij door een sectordirecteur meegedeeld dat ‘de

voorgenomen aanwijzing van het rijk niet bestond’ en dat de aanwijzing van de provincie

bestond uit ‘een mondelinge mededeling van een gedeputeerde’.

Kortom: nauwelijks een relevante dreiging. Hier zou de raad duidelijk door het college op het

verkeerde been zijn gezet. Vóór de avondvergadering een vlugschrift onder alle raadsleden

verspreid met een uiteenzetting over de overtrokken dreiging. Het slibdepot werd uiteindelijk

verijdeld.

Ik kom tot de slotsom dat de politieke besluitvorming het daglicht moet kunnen verdragen. En

dat niet het presidium maar de voltallige raad in een openbare raadsvergadering over zijn eigen

besloten vergaderingen dient te beslissen. Want de gemeenteraad moet zijn primaat nimmer uit

handen geven. Niet aan een college, en evenmin aan een presidium.

Cees Freeke is raadslid Terneuzen (Lijst Cees Freeke)

Dinsdag 26 juni 2007 PERSPECTIEF STAATSCOURANT NR. 120 5

Gemeenteraden laten zich onder druk zetten

Formele beslissingsbevoegdheden vormen voor raadsleden een belangrijke

machtsbron. Aan het raadsinstrumentarium kan de raad zelf vormgeven. Om invloed uit

te oefenen is het immers niet alleen noodzakelijk over machtsmiddelen te beschikken,

maar in veel gevallen moeten die instrumenten ook daadwerkelijk worden ingezet. De

Zeeuwse politicus Cees Freeke maakt zich zorgen over hoge druk waaronder ‘de

kleinste grondwettelijke organen’ worden gezet.

Bij misstanden kan het individuele raadslid het vragenrecht inzetten. Het is een belangrijke

vorm van politieke beïnvloeding.

De macht van het kleinste grondwettelijke orgaan staat onder druk. De raad wordt steeds meer

voor voldongen feiten geplaatst, waarbij hij verondersteld wordt in te stemmen met de uitslag

van een onderhandelingsresultaat, het zgn. bestuursakkoord, waar hij part noch deel aan had.

Zie de landelijke taakstelling windturbines en UMTSmasten.

Bij de weigering door de raad van een Zeeuws slibdepot in de Koegorspolder zou, naar verluidt,

de provincie het dwangmiddel ‘de aanwijzing’ hebben willen inzetten. Uiteindelijk wil B. en W.

het slib in de haven dumpen. Het bestemmingsplan was ouder dan tien jaar en het daartoe te

nemen voorbereidingsbesluit moest om die reden aan de raad worden voorgelegd. In de diverse

overlegorganen kwamen partijen tot de slotsom dat eigenlijk ‘niemand’ in Zeeland dit vuile slib

wilde hebben. Maar de Terneuzense raad slikte het. Actueel is de Zeeuwse ontpoldering. Allerlei

moties tegen ontpoldering werden in Zeeuwse gemeenten aangenomen, maar op hoog niveau

zet men de rechtsfiguur ‘onteigening’ in.

Een raadsbesluit zal, net als alle andere overheidsbesluiten, op zijn minst rechtmatig moeten

zijn. Een verordening die zwemmen of vissen op zondag verbiedt, kan door de rechter worden

vernietigd. Dit omdat bijzondere particuliere belangen worden geschaad. Een raadsbesluit mag

evenmin in strijd zijn met wetten of regelingen van hogere orde. Zo mag een gemeente geen

staatssteun aan bedrijven geven. Geen gemakkelijke regel omdat staatssteun zich in allerlei

vormen voordoet. Zo kan het aanleggen van een parkeerterrein voor slechts één onderneming

al staatssteun zijn. Gevolgen kunnen aanzienlijk zijn. De Europese Commissie zal iedere

beweerdelijk onrechtmatige staatssteun onderzoeken. Indien een concurrent die niet werd

bevoordeeld de kwestie aan de rechter voorlegt, moet deze beslissen dat het overheidslichaam

de steun moet terugvorderen.

Geheel nieuw is de figuur dat de raad, op verzoek van B. en W. zijn eigen macht ‘vrijwillig‘ en

‘tijdelijk’ afstaat. B. en W. draagt hiervoor artikel 156 van de Gemeentewet als rechtsgrondslag

voor. Mag de raad dit wel doen?

Artikel 156 voorziet inderdaad in een delegatiebevoegdheid van raad naar college. Maar niet

onbeperkt. In het kader van het dualisme werd aan artikel 156, eerste lid, werd bij Wet van 20

december 2001, M, toegevoegd: “, tenzij de aard van de bevoegdheid zich tegen overdracht

verzet.” Die toevoeging is van betekenis. De delegatie is namelijk voor graduele gevallen

bedoeld, zoals straatnaamgeving. In het collegevoorstel ontbreken overigens zwaarwegende

argumenten, anders dan ‘haast’, om de raad voor de maanden juli en augustus 2007 buiten spel

te zetten.

Laten we de kwestie onder de loep nemen. Vaststaat dat de plan-MER voor de vaststelling van

het bestemmingsplan Sas van Gent een bevoegdheid van de raad is en dat op grond van 7.4a

Wet Milieubeheer de verplichting bestaat een plan-MER op te stellen.

Het instrument MER is ontwikkeld om het milieubelang een gelijkwaardige plaats in

besluitvormingsprocessen te geven. De MER-plicht is van kracht sinds 1 september 1987.

Concreet betekent dit dat vanaf die datum voor bepaalde activiteiten het verplicht is om een

milieueffectrapport (MER) op te stellen. Het gaat daarbij met name om activiteiten die

aanzienlijke nadelige effecten op het milieu kunnen hebben.

In het bestemmingsplan van sas van Gent gaat het om essentiële zaken. Sas van Gent kent

immers zwaar milieubelastende industrie en heeft door haar geografische ligging

grensoverschrijdende perikelen.

Zo moet ook met Zelzate, Assenede en de provincie Oost-Vlaanderen overleg worden gepleegd.

Verder moeten bodemrapporten (tijdens de behandeling van de verplaatsing van een

woonwagencentrum werd een met verontreinigd vuil gedempte kreek ontdekt), geluidszones

(welke de onaanvaardbare grens van 61 decibels te boven gaat en er dus een geluidswal zal

moeten komen, tegen de aanvraag waarvan het vorige college zich hevig verzette),

geurrapportages (klachten van inwoners) en ecologische rapportages in de beschouwingen

worden betrokken.

Terwijl een gemeenteraad normaliter de macht naar zich toe trekt, zet deze raad zich hier

vrijwillig buiten spel. Maar de aard van de bevoegdheid lijkt zich hier tegen de overdracht te

verzetten. De raad moet belangrijke zaken als milieu en de daarbij gegeven

beslissingsbevoegdheden niet uit handen geven.

Maar als de volksvertegenwoordiging haar verantwoordelijkheid niet neemt en niettemin een

onrechtmatig raadsbesluit neemt? De kans dat in het verdere traject bij controversiële besluiten

aangaande het milieu nietigheid bij de Raad van State wordt ingeroepen, is niet denkbeeldig. De

procedure begint dan weer van voren af aan. Gelukkig kan de Kroon een onrechtmatig

raadsbesluit vernietigen. Spontaan en op schriftelijk verzoek. En dat verzoek is een grondrecht

van een ‘ieder’.

..

Vrijdag 5 oktober 2007 PERSPECTIEF STAATSCOURANT NR. 193 4

‘Braakman-Noord’ redelijk ontpolderingsalternatief

De Vlaamse minister van Landbouw en Natuur bereikte in het kader van het Verdrag

over de verdieping van de Westerschelde een akkoord met de provincie Zeeland over

de voorgenomen 300 ha in de Hedwigepolder. Lokaal politicus Cees Freeke ziet een

alternatief zonder te hoeven ontpolderen in letterlijke zin: het realiseren van

gereguleerde natuurlijke getijdenbeweging in de oude zeearm van Braakman-Noord.

Op het hoogwaardige ontmoetingscentrum voor bestuurders en ondernemers is in de

kloostergangen van de Middelburgse Abdij op 20 september jl. de Vlaamse minister-president

Kris Peeters met de commissaris van de Koningin van Zeeland Karla Peijs, onder het genot van

een oestertje en un bon vin blanc, hoe kan het ook anders, ‘on kissing terms’. Zou het gesprek

gegaan zijn over de driehonderd ha ontpoldering die in het Verdrag met België is open gelaten?

Het onttrekt zich aan ons gehoorveld maar feit is dat deze premier onlangs ventileerde dat over

de voorgenomen driehonderd ha. ontpoldering door de Minister van Landbouw en Natuur een

overeenkomst werd gesloten met de provincie Zeeland. De zaak is dus al lang beklonken.

De heer Peeters is met ‘De Schelde Natuurlijk’, waarin zeven Nederlandse en Vlaamse

milieuorganisaties samenwerken, van oordeel dat zo nodig onteigening moet worden toegepast.

Het feit dat uit peilingen is komen vast te staan dat een kwart van de bevolking geen bezwaar

tegen ontpolderen heeft en 44 procent mordicus tegen is, deert hun niet. In de Hedwige polder

is uiteraard praktisch iedereen tegen. De ‘rijksprojectenprocedure’ zoals de rechtsgrondslag voor

onteigening formeel heet, werd in december 2005 al door de Tweede Kamer aangenomen.

Ondanks hevig verzet hebben de tegenstanders van ontpoldering constant de wind tegen. Het

kabinet wil ontpolderen. Vervolgens zijn de provincie, de gemeenten en de waterschappen over

de streep getrokken. De provincie Zeeland kreeg overigens wel in ruil daarvoor ‘asfalt’ en ‘een

zak met geld’, zo werd bij een ontpolderingsprotest bij de betreffende commissievergadering van

de Tweede kamer in Den Haag tegengeworpen.

De huidige commissaris, Karla Peijs, ondertekende namens Nederland het Verdrag. Van haar

valt dus niets te verwachten. Gedeputeerde Staten voelde de hete adem van de Zeeuwse

Milieu Federatie in de nek. Dit omdat de federatie uiteraard rechtsmiddelen tegen de derde

verdieping van de Westerschelde had kunnen aanwenden wat tot enorme vertragingen van de

derde verdieping zou hebben kunnen leiden, maar betoont thans zich tevreden met de

overeengekomen ontpoldering en subsidie. Ofschoon iedere vereniging elk jaar subsidie moet

aanvragen, kreeg de ZMF als voorrecht alvast een vierjarige overeenkomst met een jaarlijks

vast subsidiebedrag van 350.000 euro.

Premier Peeters van Vlaanderen hecht eraan dat nog voor het einde van 2007 de derde

verdieping start. Hij heeft zelfs de Belgische eigenaar van de Nederlandse Hedwigepolder

persoonlijk tot verkoop trachten te overreden. Die liet zich echter niet vermurwen. Kort geleden

waren boeren met hun tractoren naar de Westerscheldedijk gekomen om met hun schop te

protesteren. Om aandacht van de alle media en politiek te trekken zouden mij dunkt wat

zwaardere middelen moeten worden ingezet.

Tegenstanders hebben enkel nog vertrouwen in de leden van de Tweede Kamer, die zeggen

tegen ‘gedwongen ontpoldering’ te zijn. Deze nam in meerderheid in strijd met dat standpunt wél

de onteigeningswet in december 2005 aan. En áls er een motie komt, en áls die door de

regering naast zich neer wordt gelegd (‘het Verdrag kan niet worden gewijzigd’), is het dan reëel

te veronderstellen de Tweede Kamer dan de regering zal dwingen met een motie van afkeuring

en het risico zal nemen dat vanwege een Zeeuwse Polder de regering opstapt?

Gelukkig kan aan natuurconvenant ten gevolge van het verdrag ter verdieping van de

Westerschelde worden voldaan, zonder daarbij te ontpolderen in de letterlijke zin.

Dit kan worden gerealiseerd op een plaats waar dit op alle fronten én de gewenste effecten

teweegbrengt, én economische voordelen biedt, namelijk door realisering van een gereguleerde

natuurlijke getijden beweging in de oude zeearm van Braakman-Noord. M.a.w. zoet water

wordt zout water. De meest logische plek is een zeearm. Opsomming van de voordelen:

1. Geen offers aan goed landbouwareaal en daaraan verbonden kosten, grond blijft immers

beschikbaar.

2. Invulling oogt geografisch correct, emotionele bezwaren zullen hierdoor minder aan de

orde zijn.

3. Naadloze landschappelijke structurering, lengte aan nieuwe zeewering blijft beperkt,

oude waterwerken zijn nog bruikbaar.

4. Goede inpassing naar bestaande projecten in de directe omgeving, zoals de recente

bosaanplant.

5. Het brakke overgangsgebied zorgt voor vergrote biodiversiteit, door verhoogd

zelfreinigend vermogen.

6. Het vormt geen bedreiging van de chemische industrie, omdat in plaats van mogelijk

beschermde diersoorten, onbeschermde zeeorganismen komen.

7. Philippine kan weer een heuse mosselstad worden, fruits du mer zullen onbelemmerd

kunnen groeien in de zoute Braakman.

8. Voor een mosselcultuur is al infrastructuur, zoals toevoerwegen en plaatsen voor

loodsen, volop aanwezig.

Op meerdere plaatsen in Zeeland is of wordt met succes een doorlaat gecreëerd in een al

bestaande afdamming. Een mooi voorbeeld is het Veerse meer dat reeds een zoutwatermilieu

heeft teruggekregen. Hierdoor is de waterkwaliteit aanzienlijk verbeterd. Het voorstel Braakman-

Noord heeft zich dus in de praktijk al bewezen. Aan de Europese Kaderrichtlijn Water wordt

trouwens ruimschoots voldaan. Doel van de richtlijn is het verbeteren van de ecologische

toestand van de wateren in internationale stroomgebieden, dus ook de Westerschelde.

WBack To Top